vrijdag 30 oktober 2026

Witte runenkorst

               'Phaeographis dendritica' 


De Witte runenkorst (Phaeographis dendritica) is een zeldzame korstmossoort uit de familie Graphidaceae.

Het is een korstvormig korstmos dat groeit op de schors van bomen.




Kenmerkend voor de "Phaeographis dendritica" is het kronkelige, schrift- of runenachtige sporenlichaam (apotheciën) die op schrifttekens lijken. 

Vandaar de Nederlandse naam "Runenkorst"

 In het begin zit het vruchtlichaam nog verborgen onder de witte korstlaag. Naarmate het groeit, barst de bovenste laag van de korst open. Hierdoor worden de kenmerkende, donkere, runenachtige lijnen zichtbaar.


In dit langgerekte bed ontstaan microscopisch kleine sporenzakjes (asci) waarin de uiteindelijke sporen rijpen. Wanneer ze volgroeid zijn, schiet het vruchtlichaam ze in de buitenlucht, klaar om door de wind te worden verspreid.




De Engelse naam voor de witte runenkorst is tree script lichen.

The tree script lichen (Phaeographis dendritica) is a rare species of crustose lichen in the family Graphidaceae.
It is a crust-like lichen that grows on the bark of trees.
• Characteristic of Phaeographis dendritica are its winding, script- or rune-like fruiting bodies (apothecia) that resemble written characters. 
• In the beginning, the fruiting body remains hidden beneath the white crust layer. As it grows, the upper layer of the crust cracks open. This reveals the distinctive, dark, rune-like lines.
• 
Within this elongated bed, microscopic spore sacs (asci) develop, where the final spores mature. Once fully grown, the fruiting body shoots them into the open air, ready to be dispersed by the wind.

●●●●●●●

Er zijn nog een aantal runenkorst achtige.

         Gewoon schriftmos - Graphis scripta.














zondag 25 oktober 2026

Notenkraker..

Momenteel is er in Nederland en België een zogenaamde invasie gaande.

Door een tekort aan dennenzaden in het Hoge Noorden zijn grote aantallen notenkrakers naar West-Europa uitgeweken.

 Het gaat het over de "Dunsnavelnotenkraker"



Dunsnavelnotenkraker 
(Siberische notenkraker - Nucifraga caryocatactes macrorhynchos)

Heeft een iets slankere en dunnere snavel. 
Deze vogel komt oorspronkelijk uit de taiga van Scandinavië, het Oeralgebergte en Siberië.



En het is niet de 
Gewone notenkraker (diksnavelnotenkraker - Nucifraga caryocatactes)

Deze heeft een dikkere, zwaardere snavel en broedt voornamelijk in de hoger gelegen bosgebieden en gebergtes van Centraal-Europa zoals de Alpen.


Het verschil zit in de ondersoort van de vogel (de notenkraker / diksnavelnotenkraker versus de dunbeknotenkraker of Siberische notenkraker), die vooral verschilt in snaveldikte en herkomst.



Omdat deze dunsnavelnotenkrakers vaak jonge, onverschillige vogels zijn zonder vast territorium, laten ze zich in onze bossen en tuinen soms van heel dichtbij bekijken terwijl ze voedsel verzamelen. 



Ik ben wezen kijken bij de 'Buitenplaats De Tempel' bij Rotterdam.
Deze dunsnavelnotenkraker liet zich uitstekend fotograferen.




De allereerste notenkraker van deze invasie werd op 28 augustus 2026 gezien.
Dit was een toevallige ontdekking van een overvliegende vogel bij Waddinxveen (Zuid-Holland).

• 27 september 2026: De tweede vogel werd vastgelegd in Westmaas (Zuid-Holland). Vanaf dat moment begon de instroom vanuit Scandinavië en Siberië pas echt goed op te vallen. 
• Begin oktober 2026: Het aantal meldingen nam plotseling exponentieel toe. Rond 8 oktober stond de teller landelijk al op zo'n 30 exemplaren, met name in Drenthe.
• Medio oktober 2026: Sinds halverwege oktober worden de vogels door het hele land waargenomen (van Flevoland tot Friesland en diep in België) en is er officieel sprake van een grootschalige influx.














De notenkraker (en dus ook de dunsnavelnotenkraker) leeft van een specifiek menu dat sterk verschilt per seizoen, waarbij hij een enorme voorkeur heeft voor vetrijke zaden:


Alhoewel hij notenkraker eet, eet hij vanalles. 

Want wat ik hier ziet, is dat hij van alles eet.
Zoals rupsen, maden, hoornaar, zelf muizen en kikkers staan op het menu.

Dus een echte alleseter.



In hun herkomstgebieden (de taiga en Siberische bossen) leven ze bijna uitsluitend van de grote zaden uit de kegels van de alpenden of de Siberische dwergden. De dunnere snavel van de Siberische variant (dunbek) is perfect aangepast om deze zaden efficiënt uit de kegels te peuteren.


































Zo tam zijn deze jonge notenkrakers.
Ze lopen je gewoon voor je voeten.